
Het was middag. Of had ik dat gedroomd? In dat geval was het ochtend. Hoe dan ook, de zon scheen, zo nam ik nog net waar door het door het des tijds geweld gehavend en bestoft venster van de duistere boekhandel waar ik op een of andere manier was binnengetuimeld. Ik speurde de talrijke met oude, soms halfvergane, geschriften gevulde kasten af naar eventuele lang vergeten literaire pareltjes over computers, katten en/of surrealistische poëzie. Uiteindelijk kon enkel een semi-wetenschappelijk boek uit 1967 me bekoren, waarvan vreemd genoeg de helft van de tweehonderdtal pagina’s gewijd was aan technieken om bepaalde schitterende substaties te extraheren uit bomen en de andere helft aan foto’s van verlaten industrieterreinen in West-Europa. “120 BEF”. De prijs stond nog in franken aangeduid. “Ik geef u 100 voor deze schunnigheden”, riep ik de oude verkoper toe. Deze, blijkbaar minder verward dan hij oogde, salueerde formeel. Ik wierp nog een snelle afrondende blik op de boekenkasten en begaf me vervolgens richting kassa, met mijn beurs schuddend om nog overgebleven gouden franken te lokaliseren. Er stond een jongen voor me aan de toonbank. Hij kocht een groot boek over “Het Heelal”. Vast iemand van de universiteit. Dat leidde ik niet af uit de titel van het boek dat hij kocht, maar uit de afschuwelijke trui die hij droeg. Zo’n harpij van een sweater met opschrift “Ghent University”. De jongeman leek nerveus over zijn aankoop, waar, naar ik opving, een som van 71 euro mee gemoeid was, want de transactie eiste stilaan meer minuten dan mijn zenuwen zin hadden giftige opmerkingen, al dan niet op smaak gebracht met aanstootgevende handgebaren, te onderdrukken. Toen richtte hij zich plots tot mij en begon hij in schijnbaar willekeurige golfbewegingen met zijn armen te zwaaien terwijl hij als het ware in een machinale trance de woorden uitblafte: “bent…u…de…roste…kadde”. “Bij de smeulende baard van Hephaistos”, dacht ik, terwijl ik mijn rechterhand alvast wijselijk liet rusten op de grote scherf van het tijdens gewelddadige rellen in 1995 verbrijzeld gebrandschilderd raam in de Kölner Dom, waarop de kruisiging van een cycloop werd afgebeeld, die ik steeds in mijn jaszak bij me draag om bij onheil indien nodig als wapen te gebruiken, “welke kobold heeft zich van deze arme jongen meester gemaakt”. Hij wachtte niet op een bevestiging van mijn identiteit mijnentwege - misschien leidde hij uit mijn plotse defensieve houding af dat hij inderdaad de juiste persoon voor zich had of misschien wist hij het al van in het begin. Hij strekte zijn in de vuilblauwe mouw van dat degeneraat schooluniform gehulde linkerarm, waarvan de hand bij het weerklinken van een luide knal even vervaagde in een wolkje witte rook en bij het weder verschijnen een enveloppe droeg. “Open…slechts…onder…-…zon-licht”, hoestte hij, me de enveloppe aanbiedend. Ik nam de brief aan. Hij draaide zich half om om zijn boek over de kosmos te pakken en snelde de winkel uit, trachtend het enorm boek onder zijn afzichtelijke trui te verbergen. God, wat een vreselijk lelijke trui. Mijn naam stond inderdaad op de enveloppe. Ik betaalde voor mijn boek met een samenraapsel franken, marken en ponden (ik weigerde euros te gebruiken; het zou gewoon niet hetzelfde zijn) en verliet de schaduwen van de zich buiten de jurisdictie van het ruimte-tijdcontinuüm bevindende boekhandel om de in adembenemend meesterlijke dambordpatronen aangelegde en door een samenstelling van meerdere soorten straling afkomstig van de meest nabije der sterren glorende tegels van de Gentse binnenstad te betreden en aldaar de zegel van de enigmatische epistula te verbreken. Aan aantal karakters was het schrijven minder rijk dan verwacht, aan inhoud niet noodzakelijk, zo zou zonneklaar zijn, al snel: het was een uitnodiging voor een Youtube-kanaal, tenminste als je dat een uitnodiging mag noemen, een droge vermelding van de url, http://www.youtube.com/group/tigerswithknives, en een invitatiecode om toegang te krijgen tot dit kanaal. Verder werd de brief ondertekend met “Koffing Vangarde”, een mij niet onbekend in de oren klinkende naam. Koffing Vangarde is een Egyptenaar die al een aantal jaren een onwettig handeltje in bootlegs van underground video’s runt. Hij doctoreert momenteel ook, als ik me niet vergis, maar ik weet niet meer in wat. Hoe dan ook, een aanbod van zulk een berucht sujet had een aardige kans interessant te kunnen worden. Eenmaal de dichtstbijzijnde met professioneel internetmaterieel uitgeruste locatie bereikt, anticlimactisch genoeg mijn ebbenhouten woonkamer, riep ik de door Vangarde getipte -en door hem “Tigers With Knives” gedoopte- webpagina op, ontgrendelde ik deze aan de hand van mijn toegangscode en aanschouwde ik met een halve huiver de voor slechts een select groepje ogen bestemde inhoud ervan. Eigenlijk had ik het bescheiden onbehagen dat het kanaal me inblies kunnen anticiperen. Dit was typisch iets voor Vangarde: Tigers With Knives was een Youtube-kanaal voor snuff-video’s. Hoewel ik mezelf niet tot de snuff-minnende niche reken, liet ik mijn muiscursor toch even flaneren langs de verrassend/verontrustend talrijke videogrammen die deze Youtubeaanse lappendeken bevolkten. Het blijft immers een merkwaardig fenomeen, waarvan je niet zo regelmatig zo’n uitgebreide vertegenwoordiging aantreft. Tenminste niet op Youtube.

Zoals verwacht was het meeste van dat verwerpelijk beeldmateriaal niet erg mijn kopje appelsap. Eén video wist mijn wispelturige aandacht te klissen en vast te houden en dit niet enkel dankzij de welluidende titel “Verfilming van een droom over metafysische schoenen”. Deze film was uniek op Tigers With Knives; het was de enige waar er nergens expliciet in beeld gebrachte ongesimuleerde dood en foltering te bespeuren was en dus de enige die niet onder de noemer snuff geplaatst kon worden. Ik ga de film zo accuraat proberen te beschrijven als mijn door de tijd en de trapezoïde piepschuimen vechthonden vertroebeld geheugen toelaat. Het speelde zich allemaal af in en rond een groot huis, vervallen, verlaten, afgelegen en omringd en zelfs gepenetreerd door wilde bosgroei. Ook was er overal in en rond dit huis water aanwezig. In elke kamer stond het water minstens enkele centimeters hoog, ongeacht de verdieping. Er lag een kleine veranda tegen het huis. Hier bevond zich een jonge vrouw, half liggend tegen één van de glazen wanden. Rond haar stonden tal van schoenen, sommige in paren, die af en toe plots van locatie leken te veranderen. Eén paar schoenen kon zelfs rondlopen, zomaar, zonder drager. Het was duidelijk dat deze schoenen een merkwaardige levensvorm waren. Ze oefenden een soort mentale invloed, met bijgevolg ook een fysieke impact, uit op het meisje. De jongedame lag op de rand van verlamming; ze kon nauwelijks bewegen, zweetpareltjes rolden over haar huid en ze leek met het ritme der getijden uit een toestand van een minimaal bewustzijn in een totale trance te glijden en weer terug. Zeer langzaam vulde een allesopslorpend wit licht de ruimte. Ik weet niet of dit een visualisatie was van de perceptie van het meisje of dat het licht daadwerkelijk aanwezig was (misschien was het afkomstig van de schoenen). In de harde schijn van het licht, vervaagde de gestalte van het meisje, om uiteindelijk helemaal in rook op te gaan. Ondertussen werd een ander personage geïntroduceerd, de Vagabundo. Ondanks zijn bijna organisch ogende dos -onder andere een schapenvellen vest en stro en een grote vlindervleugel als haartooi- leek hij toch ook enige tijd in meer stedelijke omgevingen te hebben doorgebracht. Hij wilde het huis betreden, maar ontdekte al snel dat er geen manier was om op enkel menselijke kracht het gebouw binnen te treden. Deuren waren er helemaal niet. En alle voldoende grote ramen waren gesloten of onbereikbaar. De Vagabundo sloot een pact met de “geest” van het water; een soort onzichtbare entiteit die het element controleerde en dus een belangrijke aanwezigheid was in en rond het huis. Deze waterentiteit droeg tijdelijk haar krachten over aan de Vagabundo; een mutueel voordelige schikking aangezien de entiteit even rust wilde van haar verplichtingen. Nu hij de vloeiende kracht van het water bezat, kon de Vagabundo zonder probleem het huis binnenglippen, welk hij vervolgens gretig verkende. Hij besefte echter niet dat zijn nieuw verworven natuurkracht ook verplichtingen met zich meebracht. Hij moest nu ook toezien op de werking van eb en vloed, in het geval van het huis een soort sluizensysteem waarvolgens de waterniveaus in de verschillende kamers werden afgesteld. Hij negeerde deze plicht en de waterstand in het huis raakte al snel helemaal ontregeld. Delen van het huis en het schaarse interieur werden onverbiddelijk vernield door het onvoorzien H2O-geweld. De Vagabundo werd al op even brutale wijze geconfronteerd met zijn laksheid, als hij noch het water in de met een woedende kracht overstromende, noch dat in de al even hevige opdrogende kamers onder controle kreeg. Op het terras van het huis verscheen een kat ten tonele. Deze kat waakte sinds jaar en dag over het huis en was uiteraard gealarmeerd door de plotse chaos, veroorzaakt door de nalatigheid van de Vagabundo. Lenig en elegant als katten zijn, had de kat meteen een geschikte opening in de muur gevonden om langs binnen te kunnen. De kat sloop door de kamers, schijnbaar de grootschalige verplaatsing van watermassa’s die inmiddels aan de gang was kalmerend. Daarna keerde ze terug naar het terras, alwaar ze ging liggen en in slaap viel, afwachtend tot de wateren in het gebouw weer het normale peil bereikten. Na een onbepaalde tijd werd de kat terug wakker. Of had ik dat gedroomd? De kat stelde vast dat de waterniveaus terug in orde waren, in handen van de oorspronkelijke watergeest. Ook de jongedame verscheen opnieuw in de veranda en werd wakker na haar merkwaardige schoenentrip. Dat is het. Dat was de film. Bij het schrijven van dit blogbericht wilde ik de film opnieuw bekijken, om enkele details te verifiëren, enkel om vast te stellen dat Youtube de video al verwijderd had, samen met vrijwel al het snuff-materiaal dat op Tigers With Knives gestaan had. Ook Vangardes persoonlijke Youtube account leek verlaten als een gezonken schip. Hij was het enige aanknopingspunt dat ik had omtrent de metafysische schoenenfilm en de enigmatische cineast erachter, daar niet op Youtube, noch op de rest van het internet ook maar één andere verwijzing ernaar terug te vinden is. Verduiveld! Jij wint opnieuw, Koffing Vangarde.
